Mooi op maat met The Fashion Basement & Knipmode
Pasfoutcorrectie: Mouwbreedte opmeten en aanpassen
Naast de breedte- en lengtematen van je lichaam is ook de arm en mouwbreedte waar de pasvorm van een kledingstuk vaak mis kan gaan.
Wie eerder volle bovenarmen heeft kent het probleem van kleding die knelt en de bewegingsruimte die beperkt wordt.
Maar ook wie heel slanke bovenarmen heeft zal het lastig vinden om een blouse of jurk te vinden waar de mouw niet te wijd zit en je kledingstuk zo minder elegant maakt.
Opmeten armomtrek:
Meet je armomtrek helemaal bovenaan je bovenarm, net onder de oksel.
Laat de arm zeker ontspannen naast het lichaam hangen en laat hem niet in de lucht zweven want dit geeft een foute omtrek.
Opmeten patroon
Neem het patroon over in potlood op een stuk patroonpapier in de gekozen maat en knip nog niet uit.
Meet van oksel tot okselpunt de breedte op.
Vergelijk deze met je eigen armomtrek en houd hierbij uiteraard rekening met het gekozen model van kledingstuk.
De mouw moet breder zijn dan je armomtrek en hoe ruimer het kledingstuk, hoe meer ruimte de mouw uiteraard ook mag hebben.
Bij een ruim of oversized kledingstuk zal je bij het opmeten van de mouw merken dat deze vaak vanzelf ruim genoeg is, maar bij meer aansluitende kledingstukken is dit niet zo vanzelfsprekend.
Maak je een aansluitende t-shirt, dan heb je minimum de armomtrek nodig op de mouw, maar liefst toch een 2-3cm groter dan je eigenlijke armomtrek.
Zo voorkom je dat de mouw omhoog kruipt tijdens het bewegen.
Bij blouses of jurken in geweven stoffen in een aansluitende pasvorm heb je graag zo’n 3-5cm extra breedte in de mouw. Hoe ruimer het kledingstuk wordt, hoe groter deze extra ruimte mag zijn.
Patroon aanpassen
Bereid het patroon voor door 2 kniplijnen te plaatsen.
Trek eerst een lijn van oksel naar oksel.
Duid hierop exact het midden aan en teken hier een loodrechte van boven tot onder in de mouw.
Figuur 2 Kniplijnen
Knip in op de lijnen in de aangegeven richting: van zoom naar mouwkop en van het midden uit richting de oksel.
Knip tot de rand van het patroon maar niet volledig door.
Knip vanuit de andere richting tegen zodat het papier nog net aan elkaar hangt en je zo dadelijk met de delen kan schuiven.
Verbreden
Schuif de mouwkop open met het gewenste aantal centimeters er tussen ter hoogte van de oksel. Plak deze stukken vast. De 2 onderste stukken kun je evenwijdig naar beneden laten lopen zodat de mouw volledig tot de zoom verbreed, of je kan er voor kiezen om de delen naar de zoom toe terug tegen elkaar te leggen zodat de originele zoomomtrek behouden blijft.
Figuur 3 Mouw verbreden evenwijdig tot de zoom
Door de mouw te verbreden zal de mouwkop zakken en komt er een overlapping in je patroon in de hoogte (grijze stukken op de tekening).
De mouwkop wordt met andere woorden dus lager dan haar originele hoogte.
Maak de mouwkop eventueel terug mooi rond indien deze een knikje heeft ter hoogte van de kniplijn.
Mouw versmallen
Schuif de 2 onderste stukken van de mouw over elkaar met het gewenste aantal centimeters.
Dit doe je best sowieso evenwijdig tot de zoom.
Plak deze stukken vast.
De mouwkop is nu vanzelf mee omhoog geschoven en dus hoger geworden tegenover de originele hoogte.
Figuur 4 Mouw versmallen
Mouwkop
Door het verbreden of versmallen wordt de mouwkop dus hoger of lager ten opzichte van de originele hoogte.
Dit kan voor een pasfout zorgen in de mouw als dit te sterk verandert. Pas je de mouw met een grote waarde aan (bijvoorbeeld 4 centimeter breder of smaller) dan verandert de mouwkop zo sterk dat dit zeer waarschijnlijk geen mooie pasvorm meer zal geven.
Een te lage mouwkop kan resulteren in straling in de oksel.
Een te hoge mouwkop kan resulteren in een bult stof bovenop de schouder.
Zoals altijd is het dus aan te raden om een proefmodel te maken zodat je zeker bent van de pasvorm voor je je goede stof knipt.
Figuur 5 Vergelijking originele, verbrede en versmalde mouw